Let op signalen zoals terugtrekken, anders eten of slapen, of minder zin hebben in dingen die je kind eerst leuk vond.
Praat met je kind over hoe het gaat. Door te luisteren en open vragen te stellen, help je je kind om zich veilig te voelen en gevoelens te delen.
Toon interesse en blijf betrokken. Kleine dingen helpen al, zoals samen iets doen of er gewoon zijn voor je kind.
Je kunt contact opnemen met het Ouder- en Kindteam bij jou in de buurt. We kijken samen wat nodig is om jullie te versterken.
Je kunt ook terecht bij de huisarts of op school.
Wil je liever eerst anoniem advies? Dan kun je bijvoorbeeld contact opnemen met de Kindertelefoon of een chatdienst van de GGD.